Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Dennett en het bestaan van mentale toestanden

Daniel Dennett at the 17. Göttinger Literaturh...

Inleiding

Hedendaagse analytische filosofen in de filosofie van de cognitiewetenschappen gebruiken de term overtuiging om te refereren naar een bepaalde houding die iemand of iets heeft wanneer diegene of datgene denkt dat iets waar is.1 Een overtuiging hebben houdt dan in dat het niet noodzakelijk is om over die overtuiging gereflecteerd te hebben. Noch verwijst een overtuiging naar iets waar onzekerheid over kan bestaan. Vele overtuigingen die wij hebben zijn dan ook alledaags, zoals bijvoorbeeld dat we een lichaam hebben of dat we in de 21ste eeuw leven.

In Real Patterns vraagt Daniel Dennett zich af of overtuigingen werkelijk bestaan.2 Hij stelt dat het onder filosofen de gewoonte is om deze vraag met ja of nee te beantwoorden. Dat houdt in dat iemand een realist of een eliminatief materialist moet zijn wat betreft de opvatting over overtuigingen. Realisme over het bestaan van overtuigingen houdt in dat mentale toestanden op zichzelf bestaan. Eliminatief materialisme stelt dat mentale toestanden niets anders zijn dan bepaalde hersenprocessen die verklaard kunnen worden door de natuurwetenschappen.3

In dit paper zal de vraag behandeld worden of mentale toestanden met causale werking volgens Dennett bestaan. In het eerste deel van dit paper wordt Dennetts visie op wat overtuigingen zijn en hoe ze worden toegeschreven beschreven. In het tweede deel van dit paper wordt beargumenteerd dat overtuigingen werkelijk bestaan. Een overtuiging bestaat echt wanneer deze een beschrijving geeft die efficiënter is dan een beschrijving van de fysiologische toestanden zoals die aan iemand of iets gegeven zijn of iemand die nu zou kunnen geven of niet. De theorie die Dennett opgesteld heeft voor het toeschrijven van overtuigingen geeft de mogelijkheid tot het geven van beschrijvingen die efficiënter zijn dan een beschrijving van alleen de fysische toestanden. De conclusie luidt dat volgens Dennett mentale toestanden met causale werking daadwerkelijk bestaan.

Om tot deze conclusie te komen gaat dit paper nader in op Dennetts theorie voor het toeschrijven van overtuigingen.

Het toeschrijven van overtuigingen met de intentionele houding

Daniel Dennett beargumenteert in True Believers: The Intentional Strategy and Why it Works hoe we overtuigingen toeschrijven aan anderen.4 Stel dat je gebeld wordt en iemand vraagt of konijnen vogels zijn.5 Je antwoordt met nee en de beller hangt vervolgens met een vloek op. Hoe moeten we deze situatie begrijpen? Er zijn theorieën die stellen dat overtuigingen toegeschreven worden op basis van de situatie waarin een bepaalde uitspraak of handeling gedaan wordt. Dennett stelt dat hier een zekere mate van subjectiviteit in aanwezig is, geïnfecteerd met cultureel relativisme en de onbepaaldheid van radicale vertaling. Het is een onderneming die vraagt om speciale talenten zoals fenomenologische analyse, hermeneutiek, empathie of Verstehen. In het geval van de beller lijkt dit erg lastig. Waarom belde hij, wat was zijn bedoeling? In alledaagse situaties doen we dit echter continu.

Een andere manier om een overtuiging toe te schrijven is door te kijken of er iets in het brein van iemand zit waarin we kunnen zien dat diegene een bepaalde overtuiging heeft.6 Wanneer we meer van de fysiologische psychologie af weten kunnen we aan de hand van de feiten in het brein bepalen of iemand een bepaalde overtuiging heeft of niet. Als dit mogelijk zou zijn is het niet langer nodig te praten over wat er eigenlijk gebeurt in de “black box” zoals de hersenen genoemd worden.

Theorieën kunnen nu als volgt gesplitst worden: het interpretationisme en het realisme.7 Het interpretationisme stelt dat het situatie-afhankelijk is of we een overtuiging toeschrijven en vooral wat voor overtuiging. Het vergelijkt de vraag of iemand een overtuiging heeft met de vraag of iemand immoreel is, talent heeft of een goede docent is. Het is een zaak van interpretatie. Daartegen over staat het realisme. Het realisme vergelijkt de vraag of iemand een bepaalde overtuiging heeft met de vraag of iemand een bepaalde ziekte heeft. Zij bekijkt objectief of een overtuiging aanwezig is. Dit is de tweede mogelijkheid om overtuigingen toe te schrijven. Dennett stelt echter dat we het verschil niet zo moeten zien. Hoewel een overtuiging een objectief waarneembaar fenomeen is, wat zijn positie realisme maakt, kan het alleen onderscheiden worden vanuit een voorspellende strategie en het bestaan kan alleen worden vastgesteld door het succes van die strategie, wat zijn theorie onder interpretationisme doet vallen.

Dennetts theorie is een strategie om te voorspellen hoe iets of iemand zal gaan reageren.8 De eerste strategie maakt gebruik van de fysiologische samenstelling van het object waarvan je wilt voorspellen hoe het zal reageren onder bepaalde omstandigheden. Door die samenstelling te begrijpen en gebruik te maken van de fysiologische wetten die je kent, kun je voorspellen hoe een bepaald iets zal reageren bij een bepaalde input. Hoewel dit een goede manier lijkt, is dit niet altijd even praktisch. We zijn nu eenmaal niet allemaal biologen die precies weten hoe het hart werkt. Om dat toch inzichtelijk te maken is er de strategie die kijkt hoe het ding ontworpen is. Hoe werkt een hart? Fysiologisch gezien kan dat een lastige vraag zijn, maar als je kijkt naar de functie kan de werking van het hart goed worden beschreven. Vanuit de ontwerp houding kan worden voorspelt hoe het ding zal werken onder verschillende omstandigheden. Het hart is datgene dat het bloed rondpompt door het lichaam zodat dit lichaam voorzien wordt van noodzakelijke stoffen om te kunnen leven. Ook deze strategie is niet altijd voldoende. Dan nemen we de intentionele houding aan ten opzichte van het object waarvan wij willen voorspellen hoe het zal reageren op een input. Je neemt aan dat het object dat je wilt voorspellen rationeel is. Vervolgens vraag je je af welke overtuigingen het object zou moeten hebben gezien zijn plaats en doel in de wereld. Dan vraag je je af welke verlangens het object zal hebben. Nu kun je voorspellen wat rationeel is te doen gegeven de overtuigingen en doelen dat dit object heeft. Nu je weet wat een object zou moeten doen, kun je voorspellen wat het zal gaan doen.

Voor welke objecten geldt deze intentionele strategie? Dennett stelt dat voor alle objecten waarvan kan worden voorspeld hoe ze reageren op een bepaalde input vanuit de intentionele houding we moeten zeggen dat deze objecten ook daadwerkelijk gedachten heeft.9 Het heeft niet voor alle objecten zin om de intentionele houding te gebruiken om te bepalen hoe het object zich zal gaan gedragen. Wat een stoel doet onder gegeven omstandigheden is makkelijker te beredeneren door te achterhalen waar het voor ontworpen is. Voor mensen, maar ook voor dieren en computers is het een zeer krachtig systeem om te voorspellen wat bij een input de te verwachten output zal zijn.

Stel je voor dat een superintelligente marsman alle menselijke gedragingen zou kunnen voorspellen zonder gebruik te maken van de intentionele strategie of zelfs maar de ontwerpers strategie.10 Ze kunnen op fysiologisch niveau zien wat er gebeurt waardoor zij onze handelingen al ver van te voren kunnen gaan voorspellen. Zij kunnen zo de gehele toekomst van het menselijk ras voorspellen. Zouden we niet zeggen dat wanneer zo naar ons gekeken wordt, zij iets zouden missen wat objectief vast te stellen is: namelijk de patronen in menselijk gedrag die te beschrijven zijn vanuit de intentionele houding die generalisaties en voorspellingen ondersteunen? Dit is precies wat wij mensen doen, omdat wij niet precies weten hoe bij fysiologisch in elkaar steken. Maar zelfs wanneer wij dat wel zouden weten, zijn onze handelingen begrijpelijker en makkelijker te voorspellen wanneer wij vanuit de intentionele houding naar anderen kijken. Waar intelligent leven is, zijn patronen die beschrijven hoe dat intelligente leven zich zal gedragen. Maar als het toeschrijven van overtuigingen of gedachten bestaat uit de mogelijkheid voor het beschrijven ervan, kun je je afvragen of die overtuigingen ook werkelijk bestaan. In Real Patterns beargumenteert Dennett dat deze overtuigingen daadwerkelijk bestaan.

Overtuigingen en dus mentale toestanden zijn echt

Of mentale toestanden als overtuigingen werkelijk bestaan valt in de categorie ontologie, de leer van het zijn. Dennett begrijpt deze vraag als de vraag of abstracte objecten echt zijn en dus bestaan.11 Of een abstract object werkelijk bestaat kan op twee manieren worden onderzocht, namelijk metafysisch of wetenschappelijk. Waar Dennett in geïnteresseerd is, is een wetenschappelijke benadering van abstractie objecten. In de wetenschap zijn abstracte objecten echt doordat zij een goede abstractie vormen van wat er plaats vindt. Ze moeten serieus genomen worden, men moet ze bestuderen. We zeggen dat zulke abstracte objecten echt zijn doordat ze heldere representaties geven van echte krachten, eigenschappen enzovoorts. Overtuigingen moeten op net zo’n manier worden beschouwd: het zijn abstracties van wat er werkelijk gebeurd op fysiologisch niveau.

Hetgeen dat mogelijk maakt dat we het gedrag van anderen -en objecten- kunnen voorspellen is het gebruik van volkspsychologie.12 Volkspsychologie is de mogelijkheid om anderen te kunnen interpreteren als objecten met overtuigingen en verlangens. Daarnaast helpt volkspsychologie ons om anderen te kunnen begrijpen, empathie te voelen, onze herinneringen te organiseren, emoties interpreteren maar bovenal helpt het ons te kunnen voorspellen wat anderen zullen gaan doen. Volkspsychologie maakt het mogelijk om patronen te herkennen in de wereld, in andere objecten. Deze patronen zijn waarneembaar gedrag wanneer we ze onderwerpen aan radicale interpretatie vanuit de intentionele houding. De vraag is nu hoe we zo’n patroon als echt kunnen beschouwen. Dennett stelt dat een milde vorm van realisme het meest zinvolle is zodat gezegd kan worden dat patronen echt zijn.

Stel dat een bepaalde persoon zijn gedrag bestudeerd wordt door het eerder genoemde marsmannetje. Hij kan op fysiologisch niveau zien wat er zal gaan gebeuren en heeft dus geen patronen nodig om vast te stellen hoe de persoon bij een bepaalde input zal gaan reageren. Daarnaast is er een persoon die een bepaald patroon waarneemt waardoor hij tot een voorspelling komt. Een tweede persoon wil precies hetzelfde gedrag voorspellen, maar deze neemt een ander patroon waar. Welk patroon is echt? Dennett stelt dat een patroon bestaat, echt is, wanneer het een beschrijving is van de data die efficiënter is dan wat er op het fysiologische niveau afspeelt volgens het marsmannetje.13

Hoe kan het dat bij hetzelfde waarneembare gedrag verschillende patronen zichtbaar zijn? Dennett stelt dat dit afhankelijk is van de persoon die naar het waarneembare gedrag kijkt.14 Het is bijvoorbeeld afhankelijk van hoeveel de persoon af weet van hetgeen waar hij naar kijkt zoals in het geval van een schaakspel. Een goede schaker herkent andere patronen dan iemand die alleen iets van dammen af weet. Ook is het afhankelijk van wat de waarnemer belangrijk vindt voor het vaststellen van het patroon dat hij wil gebruiken om het gedrag te kunnen voorspellen. Dit is afhankelijk van hoeveel risico we bereid zijn te nemen op fouten. Willen we bijvoorbeeld gokken op een voetbalwedstrijd, zullen we bij een hoge inzet een gecompliceerder patroon willen gebruiken hoewel de winstmarge dan afneemt. Wanneer we iets minder inzetten zijn we bereid een minder goed patroon te gebruiken maar wat een hogere winstmarge oplevert doordat we minder moeite hoeven te doen. Deze keuzes zijn niet altijd aan ons zelf te maken. We zijn ook in hoge mate afhankelijk van onze zintuigen en bijvoorbeeld cultuur. Dat we deze volkspsychologie gebruiken heeft volgens Dennett dan ook vooral een pragmatische basis. De intentionele houding is daarmee een zeer krachtig middel om te kunnen voorspellen wat het gedrag van anderen zal zijn. Dit wil echter niet zeggen dat we er nooit zullen achter komen hoe de processen op fysiologisch niveau afspelen. De vraag is echter of we die kennis in het dagelijks leven ook werkelijk zullen gebruiken, of dat de intentionele houding zelf voldoende is om gedrag te kunnen voorspellen. Dennett denkt dat symplificaties die de intentionele houding mogelijk maakt altijd in ons gebruik zullen blijven en dat het daarom niet nodig is gedrag te elimineren tot hersenprocessen. Dennetts theorie maakt het herkennen van patronen en het bestaan van mentale toestanden als overtuigingen echter niet minder waar. Volgens Dennett bestaan mentale toestanden met causale werking daadwerkelijk.

Conclusie

Dit paper heeft eerst beschreven hoe volgens Dennett mentale toestanden worden toegeschreven. Wanneer de fysieke houding en de ontwerpers houding onvoldoende zijn om te voorspellen hoe een object zich zal gedragen, is de intentionele houding een krachtig instrument om tot een voorspelling te komen. Met de intentionele houding kan het gedrag van ieder object worden voorspeld door uit te gaan van zijn overtuigingen en verlangens en de rationaliteit van het object dat wanneer het een verlangen heeft en de overtuiging heeft dat hij iets moet doen om dat verlangen te vervullen. Zodoende kunnen aan veel objecten gedachten worden toegeschreven. Niet alleen aan mensen, maar ook aan dieren en zelfs computers worden gedachten toegeschreven. Bestaan deze gedachten dan ook echt?

Ja, zegt Dennett. Deze objecten hebben werkelijk gedachten zolang de patronen waarmee voorspeld wordt gezien worden als een abstractie van wat er op fysiologisch niveau gebeurt. Een patroon bestaat, is echt, wanneer het een beschrijving is van de data die efficiënter is dan hetgeen dat zich op fysiologische niveau afspeelt. Daarom concludeert Dennett dat mentale toestanden met causale werking daadwerkelijk bestaan.

1Schwitzgebel, Eric, “Belief”, The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Winter 2011 Edition), ed. Edward N. Zalta, http://plato.stanford.edu/archives/win2011/entries/belief (geraadpleegd op 17-4-2012).

2Daniel C. Dennett, “Real Patters,” in Mind and Cognition edited by William G. Lycan and Jesse J. Prinz (Malden : Blackwell Publishing, 2008) p. 351.

3Charles Rey, Contemporary Philosophy of Mind (Cambridge: Blackwell Publishers, 1997), p. 25.

4Daniel C. Dennett, “True Believers: The Intentional Strategy and Why it Works,” in Mind and Cognition edited by William G. Lycan and Jesse J. Prinz (Malden : Blackwell Publishing, 2008) pp. 323-336.

5Dennett, ibid., p. 323.

6Dennett, ibid., p. 324.

7Dennett, ibid., p. 324

8Dennett, ibid., pp. 324-325.

9Dennett, ibid., pp. 328-329.

10Dennett, ibid., pp. 329-331.

11Daniel C. Dennett, “Real Patterns,” in Mind and Cognition edited by William G. Lycan and Jesse J. Prinz (Malden : Blackwell Publishing, 2008) pp. 351-353.

12Dennett, ibid., pp. 352-353.

13Dennett, ibid., pp. 353-355.

14Dennett, ibid., pp. 354-356.

Advertenties

Eén reactie op “Dennett en het bestaan van mentale toestanden

  1. Pingback: Verveling leidt tot verslaving | Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 20 mei 2012 door in Filosofie en getagd als , , , .
%d bloggers liken dit: