Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Burgerschap; reactie op stuk in Trouw van Elma Drayer

Wanneer het vak burgerschap op het rooster van 6VWO van het Ibn Ghaldoun had gestaan, had de examenfraude nooit van zo’n omvang geweest als nu het geval is, aldus Elma Drayer in Trouw van 20 juni. Drayer schrijft dat ondanks dat de gehele klas op de hoogte was van de diefstal van de examens, niemand er over nadacht of die diefstal en verspreiding wel slim was. Niemand besefte wat voor een desastreuze gevolgen zo’n illegale daad na ontdekking tot gevolgen zou hebben. Eén meisje stelt zelfs trots te zijn op de school, ondanks dat de school al jaren onderaan de prestatielijst bungelt. Drayer stelt dat enkele lessen burgerschap geen kwaad gekund hadden. Burgerschap. Dat klinkt mooi, maar wat bedoelt Drayer nu eigenlijk?

Trots

Drayer verraadt haar inzet door te wijzen naar de trots die het meisje voelt. Burgerschap heeft iets met trots zijn te maken, maar dan wel met ‘gepaste’ trots. Trots zijn op een school die al jaren slecht presteert kan blijkbaar niet. Daar heeft ze een punt. Een school is geen voetbalclub waar men bepaalde sympathieën voor heeft, ondanks dat de prestaties ver onder de maat liggen. Door trots in zetten wijst Drayer er op dat burgerschap volgens haar meer in houdt dan braaf de regels volgen. Burgerschap vraagt om een actieve benadering, participatie, van de burger. Het moet gestoeld zijn op iets dat ons allen bindt, waar alle Nederlandse burgers trots op zijn.

Politiek

Wat bindt ons Nederlanders vandaag de dag nog? Wat maakt ons trots Nederlander te zijn? Dit is een politieke vraag. Daar ligt dan meteen ook het probleem. Wie onze politiek van een afstand bekijkt, ziet meteen dat daar iets aan schort. Nederlanders hebben weinig trek in de politiek. Binding met de politiek staat voor iedere partij al jaren hoog op de lijst. Men moet weer naar de burger luisteren, denkt men in de politiek. En daar gaat het fout. Door naar iedereen te willen luisteren, lukt het geen enkele politieke partij om eigen idealen te formuleren. Geen enkele partij heeft een beeld van hoe Nederland zou moeten zijn. Er is niets waar wij gemeenschappelijk voor strijden.

Vrijheid van meningsuiting

Of wel? Als er één ideaal is waar men voor strijdt, is dat de vrijheid van meningsuiting. Geen Nederlander die zich monddood laat maken. Mensen op straat, cabaretiers en zelfs politici maken zich hard voor het vrije woord. Hier doet zich echter iets geks voor. Met het recht op vrijheid van meningsuiting probeert men anderen van datzelfde recht te ontzien. Met name van minderheden als pedofielen en moslims vraagt men zich hardop af, en stelt het ter sprake, of zij hun mening wel mogen verkondigen. Daaruit blijkt dat het ideaal vrijheid van meningsuiting helemaal niet door alle Nederlanders wordt gedragen. Het ideaal is geen ideaal dat alle Nederlanders bindt. Het creëert daarentegen groepen die tegen elkaar strijden om het recht hun mening te mogen uiten. De vraag is wat ons dan wel bindt, welk ideaal wij Nederlanders wel gezamenlijk na willen streven. Waarop willen wij het Nederlands burgerschap op steunen? Zolang er niets is waar wij allen trots op zijn, waar wij strijden, is er geen plek voor burgerschap in Nederland zoals Drayer graag ziet. Meer dan van de Nederlandse burger verlangen dat hij de regels volgt lijkt er daarom niet in te zitten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 27 juni 2013 door in Actualiteit, Filosofie en getagd als , , , .
%d bloggers liken dit: