Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Herschrijving van scriptie voor niet-filosofen: Ook de moralist heeft wel eens gelijk

Tijd om mijn scriptie in de publieke ruimte te gooien met een ‘samenvatting voor leken’, toegespitst op praktisch gebruik.

“Betweter, moraalridder, moralist!” Wie op sociale media vertelt hoe een ander beter had kunnen handelen, wordt nogal eens voor het één of ander uitgemaakt. Wat een goede handeling is, bepaalt een ieder toch voor zich zelf, zo is de algemene opvatting. Daar zit een kern van waarheid in. Toch heeft ook deze moraalridder een punt. Hoe kunnen deze twee opvattingen die tegenstrijdig lijken te zijn, met elkaar worden verenigd? Door onze opvattingen over wat moraal is bij te stellen!

In de moraalfilosofie denkt men na over welke handelingen mensen dienen uit te voeren omdat die handelingen goed zijn. Zo kan een handeling goed zijn omdat deze het meeste geluk oplevert. Andere filosofen beargumenteren juist dat handelingen moeten aansluiten op de menselijke natuur, die bijvoorbeeld gezien wordt als rationeel. Wat beide partijen doen is dat zij alle mensen over één kam scheren, wat er voor zorgt dat er niet of nauwelijks ruimte is om als individu te zoeken naar wat jij zelf goed vindt. Zij beargumenteren dat wanneer je beste vriend in het ziekenhuis ligt, je deze moet bezoeken omdat dat het meeste geluk oplevert, of omdat dat volgt uit onze rationele vermogens. Maar is dat het geval? Nee. Voor mij is de enige reden dat ik mijn beste vriend opzoek, nu juist puur en alleen dat hij mijn beste vriend is.

Een goede moraalfilosofie moet volgens mij aansluiten op die opvattingen over moraal die per individu kunnen verschillen. De reden hiervoor is dat er in de moraal geen overeenstemming bereikt kan worden over wat ‘het goede’ precies is. Iedereen heeft zijn eigen kijk op de wereld die gevormd wordt door zijn leefomgeving. Dat wil zeggen dat moraal gevormd wordt en dat gebeurt al tijdens de opvoeding. Een kind leert door middel van belonen en bestraffen van zijn ouders wat hij wel en niet mag doen. Allereerst wordt dit als belemmerend ervaren. De ouders zullen het kind immers niet alles toe laten in zijn behoefte om zijn verlangens te bevredigen. Het kind leert omgaan met deze beloningen en bestraffingen, waardoor hij de regels van zijn ouders aan zichzelf oplegt. Zo kan hij verkrijgen wat hij wil en ontlopen wat hij niet wil. In een later stadium leert het kind dat al deze belemmeringen niet tegen hem gericht zijn, maar voor hem. Hij ziet in dat niet alle manieren om zijn verlangens te bevredigen ‘goed’ zijn, omdat er bijvoorbeeld wel eens teruggeslagen kan worden wanneer hij met kracht iets probeert te bewerkstelligen. Zo leert het kind vervolgens ook zelf, zonder tussenkomst van zijn ouders, op welke manieren hij het best die verlangens kan bevredigen. Er ontstaat een moraal die het kind niet alleen behoedt voor straffen, maar die hem ook aanzet tot handelen naar ideeën van hem zelf over wat goed is om iets voor elkaar te krijgen.

Toch is dit niet alles wat moraal is. Op bovenstaande manier zou iemand verschrikkelijke dingen kunnen uithalen zolang hij denkt en ervaart dat dat goed voor hem is. Daarom zijn er randvoorwaarden nodig die niet overtreden mogen worden, op zoek naar wat het goede precies is. Die randvoorwaarden komen voort uit tradities met betrekking tot de moraal, waarnaar een bepaalde samenleving leeft omdat de algemene opvatting is dat die randvoorwaarden nodig zijn om samen te kunnen leven. Waarom betalen we bijvoorbeeld voor goederen die we willen hebben en die uitgestald staan in een winkel? Er is een consensus over hoe wij omgaan met bezit van ons zelf en met dat van anderen, die voortkomt uit afspraken die de leden van een samenleving met elkaar gemaakt hebben. Stelen is uit den boze, omdat we bezit zien als iets dat niet afneembaar is, zolang er geen overeenkomst is tussen beide personen tegen welke voorwaarden de ander het artikel mee mag nemen.

Een moraalfilosofie die rekening houdt met de individuele zoektocht naar wat goed is en daarbij randvoorwaarden stelt die voortkomen uit de tradities binnen een samenleving met betrekking tot de moraal, sluit wel aan op hoe wij over moraal denken. Dit in tegenstelling tot filosofieën die uitgaan van een ‘goed’ dat vooraf gegeven is en waarbinnen niemand zijn eigen weg naar het goede kan zoeken. Voor wat betreft de moraalridder kan nu duidelijk gemaakt worden waarom hij een punt heeft. Hij probeert de randvoorwaarden die volgens hem binnen de samenleving gelden duidelijk te maken, en niet zijn eigen opvatting over wat ‘het goede’ is. Zet hem daarom niet zomaar weg door hem als een moralist te benoemen. Probeer daarentegen juist duidelijk te maken waarom de randvoorwaarden van de moralist niet gelden. Want met het veranderen van individuele opvattingen over ‘het goede’, kunnen ook de traditionele randvoorwaarden veranderen.

Voor wie interesse heeft gekregen in mijn scriptie, kun je het bestand hier downloaden als PDF: eindversie-Niels_Hagen

Advertenties

Eén reactie op “Herschrijving van scriptie voor niet-filosofen: Ook de moralist heeft wel eens gelijk

  1. Pingback: Die Duitse zelfdiscipline kan ik wel waarderen | Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 19 september 2013 door in Filosofie, Leven en getagd als , , , , , .
%d bloggers liken dit: