Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Oh boy over quarterlife-crises en dertigersdilemma’s

 “Wat wil ik met mijn leven?” Die vraag is de laatste jaren flink uitgebuit om je als late twintiger en vroege dertiger een quarterlife-crisis of dertigersdilemma aan te praten. Honderden zelfhulpboeken met tips zijn er verschenen om die jaren door te komen. De één nog fantasierijker dan de ander, die op zijn beurt dan weer heel pragmatisch te werk gaat. Nog geen één heb ik er gelezen, geen één zal ik er gaan lezen. Niet dat de vraag zelf mij interesseert. Eerlijk gezegd ben ik continu bezig met die vraag. Toch denk ik niet dat die boeken mij ook maar iets te bieden hebben. Ik houd mij liever bezig met verhalen die verteld worden, zoals bijvoorbeeld Oh Boy, een mooie film van Jan Ole Gerster. Een film die je aan zet tot nadenken en een antwoord uit jou zelf probeert te halen in plaats van allerlei mogelijkheden voor te schotelen die vaak niet passen bij jou als persoon.

Niko

In Oh Boy volgt de kijker het leven van de Berlijnse Niko, die twee jaar eerder gestopt is met zijn studie en daarna zijn tijd doorbracht met niets doen. Zijn vader stuurt hem geld, in de veronderstelling dat Niko bezig is met zijn studie rechten. De veronderstelling wordt al snel teniet gedaan, verbeeld door het inslikken van de bankpas van Niko omdat de rekening opgeheven is. Vanaf dat moment komt zijn zoektocht naar wat hij wil en wie hij wil zijn in een stroomversnelling. Wat moet je immers zonder geld, zonder baan en zonder studie?

Ouderen

Geen baan zoeken. Daar bestudeert de film een te kort tijdsbestek van Niko’s leven voor. De film spitst zich op zaken die belangrijk zijn, met name voor anderen. Niko komt terecht in situaties met verschillende ouderen die een zelfde crisis mogelijk al doorgemaakt hebben. Allereerst is er zijn vader, die in tegenstelling tot Niko nooit de mogelijkheid heeft gehad om te lanterfanten, maar keihard heeft moeten werken om datgene te bereiken wat hij nu heeft. Er is de buurman, die op zoek is naar contact met anderen, maar die zichzelf geen houding weet aan te meten in gesprekken. Er is de oma van een drugsdealende tiener die bij haar in huis woont en die zij onderhoudt, inclusief al zijn blowende vrienden. En er is de filosoferende man in het café, irritant als een horzel, Niko aansporend iets te veranderen in zijn leven.

Eenzaamheid

Wat al die ouderen gemeen hebben is namelijk dat zij geen enkele vorm van liefde kennen. Niko’s vader heeft het gemaakt in het leven, maar moet een student inhuren om gezelschap te hebben op de golfclub. De buurman heeft beneden in het flatgebouw een ontmoetingscentrum ingericht met tv en tafelvoetbalspel, waar hij de avonden alleen in doorbrengt. De oma wordt door iedereen in huis genegeerd. En de filosoferende man blijkt zestig jaar van zijn leven ‘weg’ te zijn geweest. En daar waarschuwt hij Niko voor. Wordt geen lone-wolf, maar investeer in vriendschap. Zoek in het moeizame contact met mensen de problemen niet bij anderen, maar bij jezelf. Denk niet dat anderen de schuldige zijn voor jouw pech. Zoek een manier om met al die tegenslagen om te gaan, in plaats van ze te ontwijken en zo wellicht een veilig leven te leiden, maar wel één dat er toe leidt dat je niet echt geleefd hebt en uiteindelijk alleen, zonder vrienden en familie, sterft, zo laat Gerster ons zien.

Koffie

Wat Niko doet met al deze verhalen van anderen wordt niet duidelijk. Dat is het sterke moment van deze film die al die zelfhulpboeken ontberen. Er is niet ‘de weg’ op zoek naar een gelukkig leven. Die weg moet je nu juist voor jezelf zien te vinden. Wat wel duidelijk is: je kunt dat niet alleen. Om gelukkig te leven heb je mensen naast je nodig. Mensen die je helpen bij tegenslagen. Vrienden die je op koers houden naar dat ene onvermijdelijke moment, namelijk dat je zult sterven. Dat laatste wil je niet alleen doen, in eenzaamheid op straat na een avond iets te lang alleen aan de bar gehangen te hebben. Ook die laatste momenten van je leven, inclusief het sterven, doe je met de mensen met wie je je leven al die tijd hebt kunnen delen. Of Niko daar toe komt blijft in het ongewisse. Of toch niet, als je de grappen van Gerster serieus durft te nemen. De gehele film probeert Niko een kopje koffie te drinken, zonder dat hij daar aan toe komt. In zijn woning staat alles nog in dozen. Bij het café met allerlei hippe koffiesoorten blijkt hij te weinig geld op zak te hebben. Op een filmset is de koffiekan net leeg. En in de kroeg komt Niko juist aan op het moment dat de koffiemachine al schoon gemaakt is waardoor hij ook daar niet aan zijn dosis cafeïne toekomt. Die avond bezwijkt in bijzijn van Niko de filosoferende man, waardoor Niko de nacht in het ziekenhuis doorbrengt. De man sterft en Niko keert fysiek en mentaal gesloopt terug naar huis. Hij stapt nog even een café binnen, gaat zitten en bestelt een koffie. Het laatste shot van de film laat zien hoe Niko een slok neemt. Daarmee is het enige juiste antwoord gegeven op vragen van onzekerheden die je in een quarterlife-crisis of dertigersdilemma ervaart: het komt allemaal wel goed.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 23 december 2013 door in Film en TV, Filosofie, Leven en getagd als , , , .
%d bloggers liken dit: