Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Bier, sport en trainen

“Kijk nou wat die aan het doen zijn. Dat is toch niet leuk?” Ik knik beamend. “Het balletje telkens op dezelfde manier tegen de muur aanslaan.” Mijn squashmaat en ik kijken naar een trainingspartij van twee doorgewinterde sporters. Wij slaan elke week vooral een modderfiguur. De bal gaat alle kanten op. Het gaat dan ook vooral om de derde helft. Weizen of bockbier, naar gelang het jaargetijde.

Toch zit er van mijn kant waardering in het spelletje van de twee profs. Wat zij doen is iedere mogelijke bal zo goed mogelijk terugslaan. Wanneer het om het eggie gaat, zijn zij optimaal voorbereid. Geen bal is ongeoefend. Wat zij kweken is vertrouwen. Vertrouwen om elke bal terug te kunnen slaan. Net zo lang tot de tegenstander een fout maakt, om het, als dat nog nodig is, makkelijk af te maken.

Kunst

De mooiste sportroman die ik enige jaren terug las gaat over deze thematiek. Hoe kun je als sporter slagen? Natuurlijk is voor bepaalde sporten zoals squash een goede conditie vereist. Maar belangrijker is de techniek om elke bal op iedere willekeurige plaats terug te kunnen slaan. In De kunst van het veldspel is dit uitermate mooi beschreven. Vooral wanneer het fout gaat. Het is sportpsychologie. Er hoeft maar iets te gebeuren waardoor je uit je ritme raakt. Zodat je geen bal meer raakt. Zo ook in dit boek. Een echte reden is er niet voor. De hoofdpersoon blijft trainen en doet alles goed. Maar op belangrijke momenten zit dat ene kleine foutje in zijn hoofd. Het probleem is: hij weet niet waarom hij die ene fout maakte.

Wanhoop

Met dit in het achterhoofd keek ik van de week de voetbalwedstrijd Excelsior – Ajax. Ik viel net voor het begin van de tweede helft in de uitzending en kon nog net meemaken dat het allemaal niet lukte bij Ajax. En dat terwijl het er tot de donderdag voor deze wedstrijd er zo goed uitzag. Donderdag veranderde dat allemaal. Er werd met 0-4 verloren. En wat dat veroorzaakte zag je weerspiegeld op het Rotterdamse veld. Het vertrouwen was weg. De ploeg dwaalde. Er was niemand die de kar kon, wilde of durfde te trekken. De bal werd breed gespeeld, naar het midden en vervolgens weer terug. Enig lef ontbrak. De coach probeerde het nog met twee wissels, maar ook deze frisse krachten konden niet imponeren. De wanhoop nabij deed de coach wat iedere coach bij een 0-0 stand doet. Een breekijzer inbrengen.

Miskoop

Dat breekijzer is Mike van der Hoorn. Een verdediger die de afgelopen anderhalf jaar hopeloos op zoek is naar zijn vorm. Hij veroorzaakte op belangrijke momenten, terwijl hij er juist in werd gebracht voor rust in de tent, een penalty, liet zijn man lopen en maakte, om de ramp compleet te maken een uiterst ongelukkig eigen doelpunt. De miljoenenaankoop was een miskoop, zo oordeelde het publiek.

Die van der Hoorn moest nu de ballen doorkoppen, zodat één van de technisch begaafde mannen voorin hopelijk een bevlieging zou krijgen. En met zijn eerste balcontact deed hij dat ook. Helaas kwam de keeper op tijd uit en stopte de Ajax aanval. Tenminste, dat dacht hij. En met hem iedereen die naar de wedstrijd keek. De bal belandde voor de voeten van Mike. Buiten het stadion stond men al klaar om de bal op te vangen. Want een speler met zo’n geschiedenis, die zou die bal nooit beheerst in het doel kunnen krijgen. Toch? Wel dus.Van der Hoorn maakte in de 83ste minuut de belangrijke goal voor Ajax. Hoe kreeg zo’n speler dat voor elkaar?

Psychologie

Het zit hem in die psychologie. Want hoewel de speler door het eigen publiek uitgekotst werd en door anderen uitgelachen, bleef coach Frank de Boer vertrouwen houden. Van der Hoorn trainde, oefende en kreeg zijn vertrouwen langzaam terug. En op het moment dat hij er moest staan, stond hij er. Ongetwijfeld was dit het moment waarop zijn carrière ten einde had kunnen gaan. Maar Van der Hoorn bleef koel en deed wat hij moest doen. Scoren.

Bier

Vanavond zie ik volleybalvrouwen. Voordat wij aan onze zaalvoetbalavond beginnen zijn zij volop bezig met het oefenen van opgooien, opbouwen, smashen en blocken. Wij voetballers lachen erom. Ten onrechte, natuurlijk. De volleyballers nemen plaats langs de kant. Ze rusten uit en kijken hoe wij beginnen. We lopen een minuut warm en beginnen dan direct aan onze partij. We oefenen niets, schieten ballen alle kanten op en lopen elkaar in de weg. Na afloop drinken we bier. Misschien is dat wel de echte oefening die we doen. Bier drinken. Zodat de smaak ons nooit tegenvalt. En we in het weekend kunnen blijven drinken. Tot de zon weer opkomt, zonder ooit een slok toe hoeven missen.

Advertenties

2 reacties op “Bier, sport en trainen

  1. louterliefde
    23 december 2014

    Ondanks de ”mannelijke” onderwerpen, weet je het ook voor de vrouwelijke lezer interessant te brengen. Zou bijna een voetbalwedstrijd opzetten. Bijna.

    Like

  2. Pingback: Ik ben geen Bukowski | Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 23 december 2014 door in Leven en getagd als , , .
%d bloggers liken dit: