Niels Hagen, een persoonlijk filosofisch weblog

Over: duurzaamheid, film, kunst, liefde, literatuur, muziek, politiek, sport en wetenschap

Ulysses in de trein

Deze column verscheen ook op de site van de Metro. Lezen in de krant van morgen (of een andere dag)? Stem dan even via de site, deel via Facebook of Twitter. Dank!

Nog net voor de deuren sluiten spring ik naar binnen. Weer gehaald. Met mijn volle rugzak zwaaiend door de mensenmassa vind ik een zitplek in de trein. Tas op schoot, tafeltje vrij en een mooi uitzicht in het verschiet. Wanneer de trein vertrekt heb ik daar maling aan. Ik grijp snel in mijn tas. Thermische beker, kommetje, scheermes, gel en deo komen tevoorschijn. Nog even mijn voorkomen bijwerken. Dat er om mij heen verschillende mensen gek opkijken kan mij niets schelen. A man’s got to do what a man’s got to do.

Het liefst kom ik zo’n dubbeldekstrein binnenzetten. Als ik de trap af loop voel ik mij Buck Mulligan. Ik hoor dan mensen denken: “Statig kwam de dikke Niels Hagen uit het trapgat. Hij droeg een kom zeepschuim waarop een spiegel en een scheermes gekruist lagen.” Niets mooiers dan mijzelf met een romanfiguur vergelijken wanneer ik druk doende mijn uiterlijke vertoning in orde maak. Ooit doe ik dat met een gele ochtendjas aan, losjes bij elkaar geknoopt en wanneer ik dan de coupé binnenstap roep ik uit: “Introibo ad altare Dei”. Benieuwd naar de blik van mijn medepassagiers.

De trein is de plek voor die dingen die je thuis liever niet doet omdat het teveel tijd in beslag neemt. Eten, drinken, mails beantwoorden en je er verzorgd uit laten zien. Ik zie het vrouwen al jaren doen. Ze hebben gelijk. Thuis heb ik een heerlijk bed waarin ik nog drie keer kan snoozen voordat ik er uit moet. Douchen is wel een pré. Maar mijn haar, baard en deo rollen, dat kan net zo goed onderweg. Net als nagels knippen. Ik geneer me tegenwoordig niet eens wanneer een afgeknipt stuk op iemand terecht komt. “Pardon” roep ik dan, terwijl ik het stukje nagel van iemands broek af veeg.

Na een minuut of twintig ben ik meestal wel klaar. Deo, gel, scheermes, kom en thermische beker gaan weer terug in de tas. Ik werp nog één keer in blik in mijn spiegel voor een laatste check. Dan is het tijd om uit te stappen. Bij het passeren kijk ik, in een goede bui, nog even mijn medereizigers aan. “Zie ik er niet fantastisch uit?” Niemand geeft antwoord. Dat doet mij niets. Ik heb die bevestiging van anderen helemaal niet nodig. Dan verlaat ik de trein. Geheel verzorgd en toonbaar voor mijn werkgever en collega’s. Ideaal, dat treinreizen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 20 april 2016 door in Korte verhalen en getagd als , , , , , , , , .
%d bloggers liken dit: